Het onderste spronggewricht

Het onderste spronggewricht bestaat uit een aantal botten die samen een gewricht vormen. Door de unieke vorm van de botten, met name van het sprongbeen, het hielbeen en het scheepsvormig botje, is een beweging in drie vlakken mogelijk.

Zo kunnen er kantelbewegingen gemaakt worden, maar ook kan dit gewricht op en neer bewegen en heeft het de mogelijkheid om een draaibeweging te maken. Meestal is het balans van de voet. Dat is goed te merken wanneer we op oneffen terrein lopen en ook wanneer we snelle draaibewegingen op de voet willen maken.

Sinus tarsi

  1. talus ( sprongbeen)

  2. calcaneus (hielbeen)

  3. os naviculare ( scheepsvormig botje)

  4. os cuboideum

Wat is de Sinus Tarsi?

Lopen

Bij normaal lopen wikkelen we de voet af. De hiel komt op de grond, dan de buitenzijde van de voet, om uiteindelijk over de binnenzijde van de voet af te zetten. Tijdens dit proces wordt de voetboog een beetje hoger, doordat het hielbeen dan iets naar binnen kantelt en draait. Hiervoor is er voldoende ruimte nodig ter hoogte van de holte tussen deze twee botten. Deze holte noemen we de sinus tarsi.

Het is belangrijk dat er genoeg ruimte voor beweging is ter hoogte van de sinus tarsi. Door bijvoorbeeld een verzwikking kan het kapsel scheuren en weer verdikt herstellen en wanneer dit gebeurt is er niet meer voldoende ruimte om te bewegen. Er ontstaat dan een beknelling ter hoogte van de sinus tarsi en afwikkelen van de voet is dan pijnlijk. Vaak wordt de lange buiger van de grote teen dan aangespannen om te voorkomen dat het onderste spronggewricht gaat bewegen.

Wat is het Sinus Tarsi Syndroom?

Hiermee wordt pijn aan de buitenzijde van de enkel bedoeld. De sinus tarsi is dus de ruimte tussen het sprongbeen en het hielbeen aan de buitenzijde van de enkel. In het Engels wordt dit ook heel mooi ‘the eye of the foot’ genoemd.

Wat het sinus tarsi syndroom precies inhoudt is onbekend, het is vooral een klinische diagnose. Daarmee bedoelen we dat de diagnose op basis van de klachten en het lichamelijk onderzoek wordt gesteld. De pijn zit precies op die plek, maar kan verschillende oorzaken hebben. Een aantal voorkomende oorzaken zijn: ontsteking van het weefsel, scheur van een van de diep gelegen enkelbanden of het kapsel, een cyste (holte gevuld met vocht), een los botfragment, of een botrand ter hoogte van het gewricht. Klachten ontstaan ook vaak na een trauma, bijvoorbeeld na een verzwikking of door direct contact zoals bij voetbal (een schoen op de zijkant van de voet).

Behalve dat er dan een scheur van de banden (ligamenten) of het kapsel op kunnen treden, kan er ook een kleine scheur in het bot ontstaan, dat noemen we een fissuur. Dit is lastig op een foto te zien, maar geeft vaak langdurig klachten. Mogelijk zijn er veel meer afwijkingen, maar er is nog relatief weinig bekend over de oorzaken van een sinus tarsi syndroom.

Wat kunnen we doen?

Trainen met de fysiotherapeut

Hierbij zijn vooral balansoefeningen en krachttraining van belang. Ook is het belangrijk dat het gewricht wordt losgemaakt. Daarnaast kan een brace of tape helpen. Injecties met een verdoving kunnen helpen om de diagnose te stellen en een injectie met een corticosteroïd kan zeker wanneer er te veel ontstekingsweefsel zit goed helpen om de klachten te verminderen.

Natuurlijk zal er eerst een rontgenfoto en eventueel een MRI gemaakt worden deels ook om andere afwijkingen  zoals slijtage uit te sluiten.  Op een botscan kan je soms erg goed zien dat het probleem ter hoogte van de sinus tarsi aanwezig is, maar vaak is een dergelijk onderzoek niet nodig.

Operatie

Met behulp van een kijkoperatietechniek kunnen we een goede indruk van de sinus tarsi krijgen en ook het kraakbeen van het onderste spronggewricht goed beoordelen. Ontstekingsweefsel, littekenweefsel, gescheurde delen van ligamenten, losse botfragmenten kunnen verwijderd worden en cystes kunnen opgeboord worden.

Tijdens de operatie ligt u meestal op uw zij. Voor deze operatie heeft u wel een goede verdoving nodig, en dat zal een algehele narcose of een ruggenprik zijn. Er worden twee kleine sneetjes van 4 mm gemaakt, soms meer, dit hangt af van de procedure. Een scoop (kijker) wordt ingebracht en via een televisiescherm kan de operatie uitgevoerd worden. Er zal gebruik gemaakt worden van diverse instrumenten. Welke dit precies zullen zijn, hangt af van de oorzaak van het probleem. De sneetjes worden vervolgens gehecht met een oplosbare hechting.

Na de operatie

Na de operatie krijgt u een drukverband om de enkel en u krijgt een loopzool mee. Het is de bedoeling dat u daar direct opgeleide van de pijn mee gaat lopen. U gebruikt een paar elleboogkrukken als ondersteuning. Hoe lang u met deze krukken loopt, zal afhangen van de pijn die u ervaart. Het drukverband mag na 5 dagen verwijderd worden en dan mag u de eigen schoen weer dragen.

Het is wel belangrijk dat u 2 maal per dag blijft koelen voor de eerste 2 weken (pas op: gebruik wel een handdoek tussen de ijspakking en de huid!). Na 5 dagen start u ook met trainen bij de fysiotherapeut: deze oefeningen zijn gericht op balans, kracht en manipulatie van het onderste spronggewricht.

Natuurlijk moet u ook zelf thuis oefenen. Dit moet u 3 tot 5 maal per dag doen:

  • 5 maal squatten

  • 5 maal 10 tellen op uw tenen staan

  • Op 1 been gaan staan en 5 maal 10 tellen blijven staan

De risico’s en prognose

De risico’s

Er is altijd een risico op een infectie, al is deze bij een kijkoperatie minder dan 1%. Ook kan er een trombosebeen optreden, daarom is het belangrijk snel te gaan oefenen. Tot slot kan er doofheid optreden rond de insteekopeningen. Het is een relatief veilige ingreep.

Het herstel

Ga ervan uit dat u na 4 weken weer redelijk kunt lopen, maar dat u zeker 3 maanden bezig bent met oefenen.

Uitkomst van de ingreep

Er is weinig bekend over deze ingreep. In de literatuur is de uitkomst gunstig in een grote studie met 115 patiënten met verschillende problemen ter hoogte van de sinus tarsi. Tot 97% van deze patiënten was tevreden.

Dit klinkt erg veelbelovend, maar dit is gebaseerd op slechts één studie en er is in de literatuur weinig meer bekend over de exacte uitkomst van de ingreep.

Onze ervaringen zijn overigens erg gunstig; over het algemeen valt de pijn na de ingreep erg mee en de meeste mensen kunnen al vrij snel weer lopen. De resultaten zijn dus gunstig, al hangt het natuurlijk wel erg af van het probleem dat wordt behandeld.

Previous
Previous

Syndesmose letsel

Next
Next

Arthroscopie