Chronische instabiliteit
Een verzwikking of distorsie van de enkel
Inhoudsopgave
Wat is het?
Chronische enkelinstabiliteit
Wanneer de enkel na een verzwikking pijnlijk blijft, langer dan 6 maanden of wanneer je regelmatig blijft zwikken dan spreken we van chronische instabiliteit.
De chronische enkelinstabiliteit kan ingedeeld worden in twee types:
1.
Mechanische enkelinstabiliteit
Hierbij is er te veel beweging ontstaan in het bovenste spronggewricht. Het sprongbeen kan ten opzichte van het scheenbeen te veel bewegen. Dit wordt meestal veroorzaakt door letsel aan de enkelbanden.
Functionele enkelinstabiliteit
Dit komt bijvoorbeeld doordat een pees aan de buitenkant van de enkel is beschadigd (peroneus); door scheefstand van het hielbeen; door letsel van de sinus tarsi; of door het vastlopen van de lange buiger van de grote teen, flexor hallucis longus.
Wanneer er sprake is van O-benen komt er meer druk op de buitenzijde van de enkel te staan en kan je makkelijker verzwikken.
Na een rughernia is er soms zwakte van de spieren aan de buitenzijde van de voet, met name de peroneus is dan minder sterk. Ook dan zal er veel sneller een verzwikking plaatsvinden.
2.
3.
De combinatie
Vaak is er een combinatie van 1 en 2, met andere woorden, een mechanische instabiliteit kan verergeren wanneer er ook een functionele instabiliteit bij aanwezig is. Dot komt regelmatig voor en in deze gevallen is alleen hechten van de enkelband dan niet voldoende.
Aanvullend onderzoek bij een instabiele enkel
Bij klachten van makkelijk verzwikken van de enkel is het 'verhaal over de klachten' belangrijk, we noemen dat de anamnese. Daarnaast is ook het lichamelijk onderzoek belangrijk om te bepalen of het gaat om mechanische instabiliteit of een functionele enkelinstabiliteit en of er wellicht een combinatie van beide is.
Wat belangrijk is, is hoe de instabiliteit ontstaat. Dat kan bijvoorbeeld komen door het missen van een stoepje, na een sliding op het voetbalveld waarbij iemand ook nog tegen de enkel aan is gekomen of na een val of sprong. Daarnaast is het belangrijk om te weten wie het betreft. Een aantal vragen hierbij zijn van belang:
Is er al hypermobiliteit? Dan zijn er vaak meerdere gewrichten aangedaan.
Is iemand erg sportief, of heeft iemand juist fors O-benen?
Is er sprake van fors overgewicht?
Dit zijn allemaal factoren die van invloed zijn voor de behandeling.
Aanvullend onderzoek kan bestaan uit een röntgenfoto, met name ook om slijtage of andere afwijkingen op te sporen. Ook kan een MRI of CT-scan belangrijk zijn, omdat we weten dat 3-4% van de mensen met chronische enkelinstabiliteit ook een osteochondraal defect (kraakbeenschade) heeft en je dat met een scan kan zien. Soms wordt er een echo gemaakt om de enkelbanden nader te beoordelen.
Wat is er aan te doen?
Operatie aan gescheurde buitenste enkelband
Mocht er inderdaad sprake zijn van een mechanische instabiliteit door beschadiging van de enkelband, dan kan een operatie uitkomst bieden. Er zijn verschillende technieken om een enkelband te opereren, maar een veel gebruikte techniek is het hechten van de gescheurde enkelband met eventueel een versteviging met bijvoorbeeld kapsel.
Deze operatie heeft een succespercentage van rond de 90%. Dat wil zeggen dat uit onderzoek blijkt dat ongeveer 90% van de patiënten tevreden is met het behaalde resultaat.
De operatie kan uitgevoerd worden als een kijkoperatie. De tevredenheid over de ingreep zal natuurlijk ook afhangen van de vraag of er meer dan alleen een beschadiging aan de enkelband is.
De behandeling die volgt is afhankelijk van de klachten, oftewel de hinder van de instabiliteit en de bevindingen bij het lichamelijk en aanvullend onderzoek. In eerste instantie zal vaak voor een conservatief traject gekozen worden: spierversterkende oefeningen en tijdelijk gebruik maken van een enkelbrace.
Arthroscopische stabilisatie van de enkel
Een kijkoperatie van de enkel is een wat misleidende term. Het is niet alleen kijken, maar ook doen. Voor de operatie worden twee sneetjes van minder dan 1 cm gemaakt aan de voorzijde van de enkel. Via het ene sneetje gaat een camera naar binnen en via het andere sneetje instrumenten om de operatie mee uit te voeren. Om te kunnen opereren wordt er vocht in de enkel gepompt, zo ontstaat er wat meer ruimte. Om de buitenste enkelband te hechten maken we gebruik van een ‘ankertje’. Dit ankertje wordt geplaatst in het bot van het kuitbeen waar normaal ook de band aanhecht en met speciale draden kan de band dan worden gehecht. Het ankertje is erg klein: minder dan 3 mm in doorsnee en is van kunststof. Het blijft zitten na de stabilisatie.
De operatie kan gecombineerd worden met een andere ingreep, bijvoorbeeld een kijkoperatie van de sinus tarsi. Dit wordt vaak gecombineerd, omdat er bij letsel van de enkelband ook vaak letsel is ontstaan aan de buitenzijde bij het onderste spronggewricht, de sinus tarsi.
Daar zitten namelijk ook banden en een kapsel en wanneer deze scheuren zullen ze vaak wel weer genezen, maar fors verdikt, waardoor er dan een verstijving van het onderste spronggewricht ontstaat, terwijl deze juist erg belangrijk is bij het opvangen van oneffenheden in de grond.
Met andere woorden: wanneer dit gewricht stijf wordt, is dit zeer ongunstig voor de instabiele enkel. Daarom is het soms belangrijk om ervoor te zorgen dat dit gewricht weer gaat bewegen na de ingreep. Dat is ook gunstig voor het herstel van de gerepareerde enkelband.
Nabehandeling
U krijgt een drukverband met loopzool voor 5 dagen. Hiermee mag u de enkel 50% belasten met gebruik van krukken voor de eerste 5 dagen. Daarna mag u meer gaan belasten, maar blijf de eerste 4 weken wel 2 krukken gebruiken.
Na de 5 dagen mag u het verband zelf verwijderen en start u met het dragen van een harde (stevige) enkelbrace, die u van ons krijgt. Ga ervan uit dat u deze enkelbrace de eerste 8 weken elke dag gebruikt. De eerste 4 weken is het verstandig om de brace ook in de nacht te gebruiken, zeker wanneer u een buikslaper bent.
Oefenen doet u zonder de brace. Na 2 weken mag u starten met de fysiotherapie.