Revalidatieprotocol voor de fysiotherapeut voor

Flexor Hallucis Longus Transfer

in verband met achillespeesinsufficiëntie

Inhoudsopgave

Chirurgisch advies

  • Focus op krachttraining m. gastrocnemius.

  • Geen rekoefeningen (i.v.m. bescherming peesovergang en fixatie).

Behandelplan

Een achillespeesreconstructie met FHL-transfer (Flexor Hallucis Longus-transfer) wordt meestal toegepast bij ernstige achillespeesinsufficiëntie of chronische, niet-genezende scheuren (rupturen) van de Achillespees. Hier zijn de belangrijkste redenen waarom deze techniek wordt gebruikt:

1.

Ernstige schade of verlies van de achillespees 

Bij grote scheuren, infecties, of eerdere mislukte operaties kan er onvoldoende gezonde pees over zijn om direct te herstellen. De FHL-pees (die de grote teen buigt) wordt dan gebruikt als ‘vervanging’ of versterking.

2.

Chronische, niet-genezende rupturen

Als de achillespees al langere tijd gescheurd is en de uiteinden te ver uit elkaar zijn gegroeid, is directe hechting vaak niet meer mogelijk. De FHL-pees wordt dan door de hielbot (calcaneus) geleid om de functie van de achillespees over te nemen.

Voordeel van deze ingreep: betere biomechanica en kracht

  • De FHL-pees heeft een vergelijkbare looprichting en functie als de achillespees.

  • Door de transfer behoudt de patiënt meer kracht en stabiliteit bij het afzetten van de voet tijdens het lopen.

  • De FHL-transfer biedt een sterke, levende pees die beter integreert en minder risico op herhaling geeft.

  • Het gebruik van de FHL-pees heeft weinig invloed op de functie van de grote teen, omdat andere spieren deze taak kunnen overnemen.

Kortom: Deze operatie wordt vooral gekozen als de eigen achillespees onvoldoende herstelcapaciteit heeft en er een sterke, functionele oplossing nodig is.

Procedure

  • Er wordt, zo ver mogelijk naar het posterior toe in de calcaneus (net anterieur van de achillespees), een boorgat gemaakt.

  • Vervolgens wordt de pees door dit boorgat gehaald en gefixeerd met een interferentieschroef.

Operatietechniek

Via een posterieure enkelscopie wordt eerst de flexor hallucis longus (FHL) geïdentificeerd en doorgenomen, proximaal van de knot van Henry. Dit is essentieel zodat de kracht van de flexor digitorum longus (FDL) kan worden getraind, wat bijdraagt aan de buiging van de grote teen. Deze verbinding, gelegen ter hoogte van de knot van Henry, maakt dit mogelijk.

Doelen

Direct post-operatie (week 1-6)

Na de operatie wordt er een achterspalk in spits aangelegd. Hiermee mag niet belast worden.

Na twee weken

  • Start u met mobiliseren met een walker, die uitsluitend overdag gebruikt mag worden.

Oefening met de walker

  • Oefen minimaal drie keer per dag, met speciale aandacht voor de tenen. Focus hierbij op de plantairflexie van de tenen en de grote teen.

Enkel-oefeningen

  • Oefen de plantairflexie van de enkel, bij voorkeur met weerstand van een handdoek.

Korte termijn
(week 6-12 postoperatief)

  • Herstellen van actieve plantaire flexie zonder compensatie.

  • Verbeteren van enkelstabiliteit en proprioceptie.

  • Opbouwen van belastbaarheid gastrocnemius en soleus zonder overbelasting pees.

  • Voorkomen van verklevingen en beperking in functioneel bewegingsbereik (binnen veilige grenzen).

Lange termijn (> 3 maanden)

  • Volledig herstel van kracht en uithoudingsvermogen in de kuitspieren (minimaal 90% t.o.v. niet-aangedane zijde).

  • Herstel van looppatroon zonder afwijkingen.

  • Terugkeer naar ADL, werk- en sportbelasting.

Belastingsopbouw & richtlijnen

  • Belasting geleidelijk opvoeren, monitor op pijn/zwelling.

  • Geen passieve rek of eindstandige dorsaalflexie provoceren.

  • Krachttraining uitvoeren in pijnvrije ROM en onder gecontroleerde omstandigheden.

  • Opbouwen van gesloten keten naar open keten oefeningen.

Behandelingstrategie per fase

Fase 1.

Vroege krachtopbouw (week 6-8 postoperatief)

  • Doel: Spieractivatie en lichte krachtprikkel zonder peesoverbelasting.

    • Enkel Mobiliseren: Mobiliseren van de enkel in veilige range (zonder forceren dorsaalflexie).

    • Isometrische Contracties: Gastrocnemius in neutrale enkelstand (10×10 sec, 2–3×/dag).

    • Ganganalyse en Looptraining: Opbouwen naar normaal afwikkelpatroon.

    • Lichte Proprioceptietraining: Op vlakke ondergrond (tandemstand, enkel balans).

Fase 2.

Functionele krachtopbouw (week 8-12 postoperatief)

  • Doel: Toename kracht, stabiliteit en functionele belasting.

    • Calf Raises: Zittende naar staande calf raises (start beide benen, progressie naar enkelvoudig).

    • Leg Press: Met focus op plantaire flexie in veilige range.

    • Balansoefeningen: Met instabiliteit (foam pad), met progressie naar dynamische taken.

    • Looptraining Uitbreiden: Achterwaarts lopen, traplopen, lichte helling.

Fase 3.

Gevorderde kracht en plyometrie (vanaf week 12+)

  • Doel: Voorbereiding op sport/volle belasting.

    • Enkelvoudige Calf Raises: Volledig ROM.

    • Excentrische Training: M. gastrocnemius.

    • Interval Loopprogramma: (Indien sporthervatting gewenst).

Previous
Previous

na posterieure enkelscopie